![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||
|
Indien iemand letsel heeft opgelopen (lichamelijk en/of geestelijk) door de schuld van een ander, heeft men in principe recht op smartengeld. Al gauw denkt men dan aan de astronomisch hoge bedragen waarover in de media wordt bericht en die dan meestal in de Verenigde Staten door de rechter zijn toegewezen. Hierbij wordt echter uit het oog verloren dat het in die zaken vaak een vergoeding van alle schade betreft, dus ook die van bijv. het verlies van inkomen in de toekomst. De ANWB/Verkeersrecht verzamelt al ruim veertig jaar rechterlijke uitspraken waarin smartengeld is toegewezen in het boek Smartengeld. Deze uitspraken worden gerubriceerd naar het soort letsel. Letselschaderegelaars, advocaten, verzekeringsmaatschappijen, rechters en anderen die op een of andere manier te maken hebben met een vordering voor de vergoeding van de immateriële schade van een slachtoffer, raadplegen deze verzameling om enige indicatie te krijgen over het te vergoeden of te vorderen smartengeld. Indien door de rechter een bepaald bedrag aan smartengeld wordt toegewezen, neemt deze bij de bepaling van de hoogte een aantal factoren in aanmerking. De belangrijkste factoren zijn:
De toegewezen bedragen in de voorbeelden zijn geïndexeerd naar het jaar 2003 (bijv.: toegewezen in 2000: 1.000 euro, zou in 2003 1.100 euro zijn).
|
|
||||||||||||||||||||
|
| |||||||||||||||||||||