Artikel Schadefonds Geweldsmisdrijven

 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is een zelfstandig onderdeel van de Rijksoverheid. Het verstrekt eenmalige uitkeringen aan slachtoffers van geweldsmisdrijven, die hierdoor ernstig lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen. Ook nabestaanden van slachtoffers van geweldsmisdrijven en dood-door-schulddelicten, en naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel als gevolg van een geweldsmisdrijf komen in aanmerking voor een uitkering. Het Schadefonds erkent daarmee namens de samenleving vanuit de overheid het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen en doet recht aan slachtoffers en hun naasten.

Per jaar dienen slachtoffers en nabestaanden ongeveer 7.200 aanvragen in bij het Schadefonds. Het Schadefonds wordt beheerd door een onafhankelijke commissie. Deze commissie wordt ondersteund door een bureau van circa 90 medewerkers.

Aan wie keert het Schadefonds uit?

Slachtoffers
Slachtoffers van een opzettelijk geweldsmisdrijf die daardoor ernstig fysiek of psychisch letsel hebben opgelopen, kunnen in aanmerking komen voor een uitkering uit het Schadefonds.

Nabestaanden
Daarnaast kunnen nabestaanden (echtgenoot, geregistreerd partner, ouder, kind, broer of zus) van slachtoffers die door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf of dood-door-schulddelict zijn overleden, in aanmerking komen voor een uitkering.

Naasten
Ook naasten (echtgenoot, geregistreerd partner, ouder, kind, broer of zus) van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel als gevolg van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf komen vanaf 1 januari 2019 in aanmerking voor een uitkering.

De uitkering
De uitkering is geen volledige schadevergoeding, maar een financiële tegemoetkoming voor het overkomen onrecht en leed en voor de eventuele schade die hierdoor is ontstaan. Denk hierbij aan kosten voor medische hulp en vermindering van inkomsten door arbeidsongeschiktheid. Met de uitkering wil het Schadefonds slachtoffers, nabestaanden en naasten (financieel) vooruit helpen.

Uitkering voor slachtoffers
Het Schadefonds heeft zes letselcategorieën waaraan zes vaste bedragen zijn gekoppeld. De ernst van het opgelopen letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd, bepalen in welke letselcategorie het letsel valt. Het bijbehorende bedrag is dan de uitkering die wordt verstrekt. De uitkering voor slachtoffers bestaat dus altijd uit één vast bedrag. Hierbij geldt: hoe ernstiger het letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd, hoe hoger de letselcategorie en de uitkering. De uitkering kan variëren van € 1.000 tot € 35.000.

Uitkering voor nabestaanden
Een nabestaande heeft recht op een vaste uitkering van € 5.000. Daarnaast kan het Schadefonds twee aanvullende uitkeringen verstrekken voor uitvaartkosten (maximaal € 7.500) en voor schade door het wegvallen van het inkomen van de overledene (maximaal € 25.000). Om een aanvullende uitkering te kunnen krijgen, moet de schade worden bewezen met bijvoorbeeld nota’s, verzekeringsspecificaties, loonstroken of jaaropgaven. De totale uitkering voor uitvaartkosten en derving van levensonderhoud is maximaal € 25.000.

Uitkering voor naasten
Een naaste van een slachtoffer met ernstig en blijvend letsel heeft recht op een vaste uitkering van € 5.000.

Voorwaarden voor uitkering
Om in aanmerking te kunnen komen voor een uitkering van het Schadefonds, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

•    Opzettelijk geweldsmisdrijf of dood-door-schulddelict
Er is sprake van een misdrijf waarbij opzettelijk geweld is gebruikt of hiermee is gedreigd. Voorbeelden van opzettelijke geweldsmisdrijven zijn: mishandeling, diefstal met geweld, verkrachting, bedreiging met geweld, mensenhandel, ontucht, stalking, moord of doodslag.
Om het geweldsmisdrijf goed te kunnen beoordelen, heeft het Schadefonds in principe een aangifte nodig, maar dit is niet altijd noodzakelijk. Ook uit objectieve aanwijzingen, zoals camerabeelden of bepaalde medische gegevens, blijkt soms voldoende wat er is gebeurd.
Een nabestaande van een slachtoffer dat is overleden door een zogenaamd dood-door-schulddelict kan ook in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming. Hiervoor moet het aannemelijk zijn dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (dood door schuld in het verkeer) of artikel 307 Wetboek van Strafrecht (dood door schuld in algemene zin). Het Schadefonds kan in principe alleen de aannemelijkheid beoordelen als er een afgerond politieonderzoek is of als er een beslissing over vervolging is genomen (bijvoorbeeld een sepotbeslissing of dagvaarding).

•    Het (gewelds)misdrijf heeft ernstig fysiek en/of psychisch letsel veroorzaakt
Ernstig letsel is letsel met langdurige of blijvende ernstige medische gevolgen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: een ontsierend litteken in het gezicht, een fractuur van een arm of been, het verlies van een oog, of een posttraumatische stressstoornis.
Bij de beoordeling of er sprake is van ernstig letsel heeft het Schadefonds medische informatie nodig. Daarom kijkt het Schadefonds of het slachtoffer voor zijn/haar letsel wordt behandeld. Het Schadefonds gebruikt in principe alleen medische informatie van zorgverleners met een BIG-registratie of NIP-dienstmerk.
Het Schadefonds werkt verder samen met medisch adviseurs. Als het letsel complex of onduidelijk is, kunnen zij beoordelen of het ernstig is. Bij sommige geweldsmisdrijven vooronderstelt het Schadefonds ernstig psychisch letsel zonder het te onderzoeken. Dit is bijvoorbeeld bij zedenmisdrijven, bedreigingen met messen en vuurwapens, stelselmatig huiselijk geweld, mensenhandel en stelselmatige belaging.

Om als naaste in aanmerking te kunnen komen voor een uitkering, moet het slachtoffer ernstig en blijvend letsel als bedoeld in artikel 107, eerste lid, onder b, van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek hebben opgelopen. Dit zijn de meest ernstige soorten letsels, zoals een hoge dwarslaesie, verlies van beide armen en verlies van beide ogen. Of sprake is van ernstig en blijvend letsel wordt beoordeeld door de medisch adviseur.

•    Het (gewelds)misdrijf is gepleegd in Nederland of aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig
De nationaliteit van het slachtoffer is niet van belang. Het slachtoffer hoeft ook niet in Nederland te wonen.

•    Het slachtoffer, de nabestaande of de naaste heeft geen eigen aandeel bij het (gewelds)misdrijf
Als het slachtoffer een aandeel in het (gewelds)misdrijf heeft, is het mogelijk dat het Schadefonds geen of een lagere uitkering verstrekt. Het gaat hier om situaties waarbij het slachtoffer bijvoorbeeld als eerste geweld heeft gebruikt, een ander heeft uitgedaagd of criminele activiteiten (bijvoorbeeld het handelen in drugs) heeft verricht. Bij een nabestaande of naaste wordt een uitkering – afhankelijk van de mate van eigen aandeel van het overleden slachtoffer en de nabestaande/naaste – volledig afgewezen of volledig toegekend.

•    De schade wordt niet op een andere wijze vergoed
Het Schadefonds geeft een uitkering als de schade van het slachtoffer, de nabestaande of de naaste niet op een andere manier is vergoed. Heeft de dader of een verzekering bijvoorbeeld een vergoeding gegeven, dan kan het zijn dat het Schadefonds deze van de uitkering aftrekt. Als de volledige schade is vergoed, dan verstrekt het Schadefonds in principe geen uitkering. Als een vergoeding wordt ontvangen nadat het Schadefonds een uitkering heeft verstrekt, kan het zijn dat (een deel van) de uitkering van het Schadefonds moet worden terugbetaald.

•    De aanvraag moet binnen een termijn van tien jaar worden ingediend
Voor een slachtoffer geldt dat de aanvraag moet worden ingediend binnen tien jaar na de dag waarop het geweldsmisdrijf is gepleegd. Een nabestaande moet de aanvraag indienen binnen tien jaar na de dag waarop het slachtoffer is overleden. Er kunnen redenen of omstandigheden zijn waardoor een slachtoffer of nabestaande niet in staat is binnen de termijn van tien jaar een aanvraag in te dienen. In dat geval moet worden aangegeven waarom de aanvraag later is ingediend. Het Schadefonds beoordeelt dan of de aanvraag alsnog in behandeling kan worden genomen. Als het (gewelds)misdrijf vóór 1 januari 1973 is gepleegd, kan geen aanvraag worden ingediend.
Een uitkering aan de naaste van een slachtoffer met ernstig en blijvend letsel is alleen mogelijk als dit letsel het gevolg is van een misdrijf dat is gepleegd op of na 1 januari 2019.

Wilt u meer informatie over de aanvraagprocedure?
Deze vindt u op de website van het Schadefonds. Op de website vindt u ook de beleidsbundel en letsellijst. Hierin leest u precies hoe het Schadefonds een aanvraag beoordeelt.

Wat doet het Schadefonds nog meer?
Het Schadefonds voert ook de Subsidieregeling overvallen uit. Op grond van deze regeling kunnen slachtoffers van een bedrijfs- of woningoverval een subsidie ontvangen voor het nemen van preventieve maatregelen om herhaling van een overval te voorkomen. Meer informatie over deze regeling vindt u op de website.

Wilt u een aanvraag indienen?
Dat kan met een (digitaal) aanvraagformulier. De aanvraagformulieren van het Schadefonds en van de Subsidieregeling overvallen vindt u op de website.

Heeft u nog vragen?
Dan kunt u telefonisch of per e-mail contact opnemen met het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Contactgegevens
Schadefonds Geweldsmisdrijven
Postbus 71
2501 CB Den Haag
Tel: (070) 414 2000
E-mail: info@schadefonds.nl
Website: www.schadefonds.nl