Toelichting bij het raadplegen van de uitspraken en indexering

 

Toelichting bij het raadplegen van de uitspraken

De uitspraken zijn in vijf hoofdgroepen ingedeeld:

– Smartengeld na ongeval
– Smartengeld na medische fout
– Smartengeld na mishandeling
– Smartengeld bij niet-letsel
– Smartengeld na voeging

Iedere hoofdgroep is onderverdeeld in rubrieken naar de aard van het letsel.

De uitspraken betreffen veelal meervoudige letsels. Op een paar uitzonderingen na is iedere uitspraak echter slechts éénmaal opgenomen, waarbij ernaar is gestreefd de uitspraak te plaatsen in de rubriek die voor het letsel in de betreffende uitspraak het meest van invloed is geweest op de hoogte van het smartengeldbedrag.

Om verwarring te voorkomen over de uitspraaknummers, bijvoorbeeld als men ernaar verwijst in een procedure, is er vanaf de 18e druk voor gekozen om bij een nieuwe uitgave niet telkens opnieuw te beginnen met nummeren, maar om nieuwe uitspraken te voorzien van een nummer dat volgt op de laatste uitspraak die is toegevoegd. Hierdoor houden de uitspraken zowel in het boek als op de site altijd hetzelfde, unieke nummer. Als gevolg hiervan is de volgorde van de uitspraaknummers in het boek soms niet meer opvolgend.

Indexering

In zijn uitspraak van 17 november 2000, VR 2001/9, NJ 2001/215 (Druijff/Bouw) heeft de Hoge Raad uitgesproken met welke factoren rekening moet worden gehouden bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld. De Hoge Raad zegt dat er gekeken moet worden naar vergelijkbare gevallen met in aanmerkingneming van de sinds de betreffende uitspraken opgetreden geldontwaarding. Voorts gaf de Hoge Raad aan dat geen rechtsregel de rechter [belet] mede acht te slaan op de ontwikkelingen in andere landen met betrekking tot de toegekende bedragen, zij het dat deze ontwikkelingen niet beslissend kunnen zijn voor de in Nederland toe te kennen bedragen.

Om de bedragen beter met elkaar te kunnen vergelijken, is bij de in het verleden vastgestelde bedragen vermeld welk bedrag in 2017 (voor wat betreft het boek: gebaseerd op de cijfers van september 2016) daarmee in overeenstemming zou zijn. Daarbij is uitgegaan van de door het CBS gepubliceerde consumenten prijsindexcijfers voor de reeks 'alle huishoudens'.
(Ten tijde van het opmaken van de 22e druk van het boek waren de gepubliceerde consumenten prijsindexcijfers van september 2016 de meest recente definitieve cijfers.)
Totdat de nieuwe druk van het Smartengeldboek verschijnt, kunt u indien gewenst dat geïndexeerde bedrag aanpassen.

Het CBS biedt op zijn website hiervoor een rekenmodule aan, deze vindt u hier.

Op de site zullen de bedragen enkele malen per jaar opnieuw worden geïndexeerd. De laatste keer was: indexering per mei 2017.

Eigenschuld-percentage

De vermelde bedragen (oorspronkelijk en geïndexeerd) zijn altijd gebaseerd op 100% toewijzing. Ingeval in een uitspraak sprake was van eigen schuld van het slachtoffer, dan kan het in die zaak toegewezen bedrag worden berekend door het bij de uitspraak vermelde bedrag te verminderen met het eigenschuldpercentage. In veel samenvattingen is het toegewezen bedrag expliciet vermeld.
Voorbeeld: het oorspronkelijk toegewezen bedrag was € 1.000,- (dit bedrag staat vermeld bij de uitspraak), eigen schuld is gesteld op 20%, het slachtoffer heeft destijds € 800,- toegewezen gekregen.