1940 | man | 41 jaar | zelfstandig ondernemer | 01-01-2004

 
Nummer: 
1940
Geïndexeerd bedrag : 
€ 60.843,-
Oorspronkelijk toegewezen bedrag: 
€ 60.000,-

Toen hij samen met een vriend tijdens Oud en Nieuw illegaal vuurwerk (een flowerbed) afstak, is dit vuurwerk meteen in zijn gezicht ontploft, waardoor hij ernstig letsel heeft opgelopen. Dit letsel bestond uit het verloren gaan van zijn rechteroog (hij heeft hiervoor een prothese), verbrijzeling van de rechteroogkas, ernstige verwondingen aan de oogleden en het gelaat, destructie van zijn rechterwang, kruitsporen in zijn gezicht, ernstige cosmetische afwijkingen, verlies van het reukvermogen, een gebroken hand met krachtsverlies, verlies van gevoel in de bovenlip en de rechterwang, alsmede psychische klachten. Het afsteken van het vuurwerk gebeurde middels het aansteken van beide lonten die aan het flowerbed waren bevestigd. Naderhand werd duidelijk dat de lont die hij aanstak, een lont was die niet was bestemd voor handmatige ontsteking, maar voor pyrotechnische (professionele) ontsteking, waardoor deze niet was voorzien van vertraging en daardoor een brandsnelheid had van 60-80 meter per seconde. Degene die het vuurwerk aan hem ter beschikking had gesteld, was in een strafprocedure reeds veroordeeld voor het ter beschikking stellen van illegaal vuurwerk, terwijl niet was voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen. Dit vonnis van de politierechter, d.d. 31-1-2005, is naderhand door het Hof Den Bosch op 25-4-2006 bekrachtigd en het daartegen ingestelde cassatieberoep is door de Hoge Raad op 18-3-2008 verworpen. In een daarnaast c.q. nadien gevoerde civiele procedure heeft het Hof Den Bosch bij arrest d.d. 19-10-2010, zaaknr. 103.003.563, bepaald dat de man die het vuurwerk ter beschikking had gesteld, aansprakelijk is voor de schade van het slachtoffer. Deze aansprakelijkheid behelsde in feite een hoofdelijke aansprakelijkheid met de daadwerkelijke, onbekend gebleven, verkoper van het vuurwerk, op wie de bij ’s hofs oordeel aansprakelijk gehouden man eventueel nog regres zou kunnen nemen.
Daarenboven oordeelde het hof dat sprake was van 50% eigen schuld aan de kant van het slachtoffer, aangezien hij zich bewust moet zijn geweest van het illegale karakter van het vuurwerk. De transactie vond plaats vanuit een busje op of nabij een woonwagenkamp. Hiermee heeft hij welbewust het risico genomen dat het flowerbed niet aan de veiligheidseisen voor consumentenvuurwerk voldeed, alsmede het risico dat als gevolg van het ontsteken daarvan letsel of schade bij hemzelf of omstanders zou kunnen ontstaan. Verder is niet gebleken dat hij enige maatregelen heeft getroffen om nadere informatie over het gebruik van het vuurwerk te krijgen. Hij is alleen afgegaan op de instructie die hij heeft gekregen van degene die het vuurwerk ter beschikking heeft gesteld. Die instructie hield in dat beide lonten tegelijkertijd moesten worden aangestoken, hetgeen juist de oorzaak is gebleken van het direct tot ontploffing komen van het flowerbed.
Nadien is nog een deelgeschilprocedure gevoerd waarbij door het slachtoffer werd verzocht om veroordeling tot betaling van een voorschot op zijn schade, maar deze vordering werd vanwege gebrek aan voldoende onderbouwing en gezien de complexiteit van de zaak afgewezen (zie ECLI:NL:RBSHE:2012:BW6836). Naar aanleiding van dat deelgeschil heeft wel een aantal expertiseonderzoeken plaatsgevonden. De daaruit voortgekomen rapporten hebben geleid tot onderhavige uitspraak.
Bij de toekenning van het smartengeld heeft de Rb. rekening gehouden met de volgende omstandigheden: het ongeval heeft ernstig lichamelijk letsel tot gevolg gehad. De man is zijn rechteroog verloren en zijn rechter oogkas is beschadigd. Hij heeft een tranend linkeroog waardoor hij daarmee soms niet goed ziet. Hij is beperkt in autorijden. Er is sprake van blijvende cosmetische afwijkingen aan het gelaat en hij heeft blijvend ernstige problemen met reuk en smaak. Daarnaast is sprake van psychische problemen, waardoor PTSS bij hem is ontstaan. De gehele problematiek van de afgelopen jaren is van negatieve invloed geweest op zijn huwelijk, dat tot een echtscheiding is gekomen. Daarnaast is hij arbeidsongeschikt ten gevolge van het ongeluk en is hij beperkt in zijn sociale contacten. Voorts is hij meermaals geopereerd, waarmee pijn en onzekerheid gepaard zijn gegaan. De lange duur van de behandeling van zijn schadedossier en de relatief jonge leeftijd waarop het ongeval hem overkwam, zijn mede bepalend voor de hoogte van het smartengeld.
(vanwege 50% eigen schuld is oorspronkelijk € 30.000,- toegekend; te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1-1-2014)