Nummer: 
2058
Geïndexeerd bedrag : 
€ 10.100,-
Oorspronkelijk toegewezen bedrag: 
€ 10.000,-

Shockschade. Toen zij 24 jaar was, is haar vader, toen hij ’s ochtends op weg was naar zijn werk, doodgestoken door de ex-echtgenoot van zijn toenmalige vriendin. Ze heeft door dit incident geestelijk letsel opgelopen. Bij de toekenning van het smartengeld overwoog de Rb. dat zij kort na de steekpartij (twee maal) is geconfronteerd met het lichaam van haar overleden vader, in de toestand waarin deze zich op straat als gevolg van de steekpartij bevond. Zij heeft genoegzaam aangetoond dat zij als gevolg daarvan hevig is geschokt, waaruit geestelijk letsel is voortgevloeid, te weten een posttraumatische stressstoornis, hetgeen een erkend psychiatrisch ziektebeeld is en waarvoor zij ook traumabehandelingen ondergaat, te weten EMDR en CGT. Verder heeft ze verklaard dat zij naast de behandelingen ook gesprekken heeft met haar therapeut, omdat die behandelingen haar zwaar vallen, en dat zij om de 1,5 week slachtofferhulp krijgt. De Rb. acht haar geestelijk letsel van zodanig ernstige aard dat moet worden aangenomen dat zij daardoor in haar persoon is aangetast, als gevolg waarvan zij recht heeft op toewijzing van een bedrag aan immateriële schade, oftewel smartengeld. De Rb. heeft bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld behalve naar vergelijkbare gevallen ook gekeken naar haar leeftijd, en heeft overwogen dat de vrouw, omdat ze nog jong was, geen blijvend letsel zal overhouden en in staat zal zijn op termijn haar leven weer op te pakken.
(te vermeerderen met wettelijke rente vanaf datum vonnis, 7-12-2016)