Nummer: 
2310
Geïndexeerd bedrag : 
€ 166.650,-
Oorspronkelijk toegewezen bedrag: 
€ 165.000,-

Rijdend op zijn motor is hem een verkeersongeval overkomen doordat een automobilist bij het linksaf slaan hem geen voorrang verleende. Hij moest krachtig remmen en is gevallen. Als gevolg daarvan heeft hij ernstig en blijvend letsel opgelopen in de vorm van een complete dwarslaesie op het niveau Th3. In het gevoerde deelgeschil over de immateriële schadevergoeding overweegt de Rb. als volgt. Er is bij hem als gevolg van een verkeersongeval sprake van een reeds op jonge leeftijd (20 jaar) opgelopen complete dwarslaesie ter hoogte van de derde borstwervel met een spastische verlamming van de rompspieren en onderste ledematen. Hij heeft een matige rompbalans. Hierdoor is hij geheel rolstoelafhankelijk, hoewel hij wel in staat is om zelfstandig transfers te maken vanuit de rolstoel naar bijvoorbeeld zijn bed en naar de wc. Hoewel hij zich voor een groot deel van de dagelijkse activiteiten (inmiddels) zelf kan redden, is hij voor een deel ook afhankelijk van de hulp van derden, onder wie zijn moeder. Ter voorkoming van klachten en ongelukjes door de dag heen, maakt hij iedere ochtend voor zijn ontlasting gebruik van klysma’s. Zijn moeder toucheert hem zo nodig; hij blijft zo’n 2 tot 3 uur op zijn over het toilet gereden douchestoel zitten, omdat hij helemaal 'leeg' wil zijn. De eerste jaren na het ongeval heeft hij onder erbarmelijke omstandigheden moeten wonen, omdat de woning van zijn ouders waar hij woonde niet geschikt was om aangepast te worden. Hij is duurzaam ongeschikt voor het verrichten van loonvormende arbeid. Zijn wens om in de beveiliging te werken, heeft hij door het ongeval niet kunnen realiseren. Verder deed hij voor het ongeval aan motorrijden, voetballen, kickboksen, hardlopen, bergbeklimmen, mountainbiken en skateboarden, wat hij nu allemaal niet meer kan doen. Ook ten aanzien van het aangaan van relaties en seksualiteit ondervindt hij problemen.
Hieruit volgt dat zijn letsel is te kwalificeren als letsel in de zwaarste categorie, waardoor sprake is van een drastische, onomkeerbare en sterk verlaagde levenskwaliteit. Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft de Rb. de datum van het ongeval als uitgangspunt genomen.
Op het toegekende bedrag komen de reeds door de verzekeraar betaalde voorschotten, in totaal groot € 100.000,- in mindering, zodat per saldo nog € 65.000,- verschuldigd was.
(te vermeerderen met wettelijke rente vanaf datum ongeval, 22-9-2008)