Nummer: 
2127
Geïndexeerd bedrag : 
€ 14.985,-
Oorspronkelijk toegewezen bedrag: 
€ 15.000,-

Vervolg op Jetblast-zaak (ECLI:NL:HR:2004:AO4224). Op 6-5-2000 bevond zij zich op de weg bij Maho Beach (Sint Maarten) die is gelegen naast en parallel aan het hek tussen de luchthaven en het strand. Zij stond daardoor in het verlengde van de startbaan, waar op dat moment een vliegtuig zich gereed maakte voor vertrek. De afstand tussen haar en het toestel bedroeg ca. 50 m. Bij vertrek van het toestel deed zich een zogenaamde jetblast voor, die zodanig sterk was dat ze met een grote boog door de lucht werd geblazen. Zij kwam neer op de rotsen van Maho Beach en heeft ten gevolge van dit ongeval letsel opgelopen en is in shock geraakt. Tussen het luchthaventerrein en het strand stond in ieder geval één bord met daarop de tekening van een opstijgend vliegtuig en daarnaast in kapitale letters de tekst “warning!” met het onderschrift “low flying and departing aircraft blast can cause physical injury” Het Gemeenschappelijk Hof van de Ned. Antillen en Aruba, had, in navolging van de HR, in zijn arrest uit 2005 overwogen dat de beheerder van de luchthaven (hierna: PJIA) kon verwachten dat het publiek zich zou opstellen in de zeer directe omgeving van het hek, dat die plaats waar PJIA publiek kon verwachten niet valt onder haar zorg maar openbaar terrein is (een openbare weg en een openbaar strand) dat voor een ieder vrij toegankelijk is en dat PJIA bekend is met het fenomeen jetblast en, blijkens de tekst op de door haar op dat hek aangebrachte waarschuwingsborden, het gevaar kent dat door een jetblast buiten het luchthaventerrein aan de kant, waar het openbare terrein is gelegen, kan worden veroorzaakt. PJIA was daarom aansprakelijk voor de schade van de vrouw. Van eigen schuld bij de vrouw was volgens het Hof geen sprake.
Bij de vaststelling van het smartengeld heeft het Gerecht acht geslagen op een brief van een arts waarin haar letsel is omschreven. Enkele dagen na het ongeluk was ze zwaar getraumatiseerd en had ze fors fysiek letsel, te weten: kneuzing van de schedel, het middengezicht, rechts, de linkerschouder, de elleboog, de linkerpols, kneuzing van haar ringvinger en pink met nagelrandbreuk en nagelletsel van haar ringvinger en het loslaten van haar pinknagel, meerdere oppervlakkige schaafwonden op haar dijbenen Bij de initiële behandeling was sprake van acuut suïcide gevaar waarvoor zij ook is behandeld. 5 jaar na het ongeval kan zij geen lichamelijke opvoeding meer geven vanwege de pijn. Ook kan ze geen piano meer spelen vanwege de pijn, met name in haar vingergewrichten en in haar linker elleboog. De gevoeligheid in de periferie is voor een deel verminderd en verstoord. Ook zijn er littekens die voor haar uiterst storend zijn. Er is sprake van een eindsituatie. Het Gerecht heeft bij de toekenning van het smartengeld gelet op de blijvende ongevalsgevolgen, zoals het niet meer kunnen werken als gymlerares en het niet meer kunnen piano spelen, alsmede de littekens. Hierdoor is sprake van een verandering van haar leven sinds het incident.